Wat is vaginisme
Wat is vaginisme? “Een aanhoudende of terugkerende onwillekeurige samentrekking van de bekkenbodemspieren, waardoor afsluiting van de vaginale opening ontstaat en het inbrengen van een voorwerp, vingers of penis onmogelijk of pijnlijk is.”
De bekkenbodemspieren trekken onwillekeurig samen. Deze optrekkende beweging kan zo krachtig zijn, dat de vagina als het ware gesloten wordt. Ook andere spiergroepen (met name bil, buik en bovenbenen) kunnen onwillekeurig samentrekken. Het lichaam zegt “nee” tegen hetgeen de vrouw, haar partner of de arts of een ander naar binnen wil brengen. Bij minder krachtige reacties is de vagina niet geheel gesloten; het binnenbrengen van “iets” veroorzaakt pijn.
Er zijn verschillende vormen van vaginisme. De vaginistische reactie doet zich bijvoorbeeld niet voor bij het binnengaan met eigen vingers en een tampon, maar wel bij het binnengaan van de vingers of de penis van de partner. Of: vingers gaan wel naar binnen maar tampon of speculum niet. Wanneer de vagina alleen niet toegankelijk is voor de penis wordt dit apareunie genoemd.
Uit: Sexcounseling in de psychosociale hulpverlening van M. IJff, 2002
De bekkenbodemspieren trekken onwillekeurig samen. Deze optrekkende beweging kan zo krachtig zijn, dat de vagina als het ware gesloten wordt. Ook andere spiergroepen (met name bil, buik en bovenbenen) kunnen onwillekeurig samentrekken. Het lichaam zegt “nee” tegen hetgeen de vrouw, haar partner of de arts of een ander naar binnen wil brengen. Bij minder krachtige reacties is de vagina niet geheel gesloten; het binnenbrengen van “iets” veroorzaakt pijn.
Er zijn verschillende vormen van vaginisme. De vaginistische reactie doet zich bijvoorbeeld niet voor bij het binnengaan met eigen vingers en een tampon, maar wel bij het binnengaan van de vingers of de penis van de partner. Of: vingers gaan wel naar binnen maar tampon of speculum niet. Wanneer de vagina alleen niet toegankelijk is voor de penis wordt dit apareunie genoemd.
Uit: Sexcounseling in de psychosociale hulpverlening van M. IJff, 2002